zondag 11 juli 2010

Rendieren

En daar bedoel ik de echte dieren mee, niet de voetballers die heen en weer rennen.

Op de eerste wandeltocht, toen we allemaal hutten aandeden, hebben we telkens de hele bibliotheek die er was gelezen. Er staan vaak blaadjes van 'Ottar', een tijdschrift van het universiteitsmuseum van Tromsø. In dat tijdschrift besteden ze alleen aandacht aan noord-Noorse zaken. Bijvoorbeeld medicijngebruik van de hier voorkomende planten, de mijnbouw die hier plaats gevonden heeft, etc. Een onderwerp dat ook voorbijkwam was het rendier.

Er blijken zo'n 8 soorten rendieren te zijn die ontstaan zijn vanuit twee groepen van elkaar geisoleerde dieren. Dat wordt dan gerekend vanaf de laatste IJstijd. Er was een refuge bij de Beringstraat, en er was een groep ten zuiden van het ijs. Verschillen zijn o.a. de beharing, de lengte van de poten, de lengte van de snuit, hoe ver de hoeven zich kunnen spreiden, etc.

Het blijkt dat rendieren de enige hertachtigen zijn waar ook de vrouwtjes een gewei hebben. Bij alle andere hertachtigen hebben alleen de mannetjes een gewei, dat onder invloed van testosteron groeit. Het feit dat bij rendieren ook de vrouwtjes een gewei hebben, houdt in dat er oon een ander mechanisme mee moet spelen. Omdat gecastreerde mannetjes wel een gewei krijgen, maar het op een andere manier afbreekt dan bij niet gecastreerde mannetjes, geeft aan dat testosteron toch ook nog duidelijk een rol speelt.

De geweien van de mannetjes worden voor dezelfde zaken gebruikt als bij alle andere hertachtigen, nl. het veroveren van vrouwtjes. Dat blijkt uit het feit dat het gewei meteen na de bronstijd afgeworpen wordt. De vrouwtjes houden het gewei langer, namelijk tot na het werpen van de jongen, waarbij niet zwangere vrouwtjes het al eerder afwerpen. Bij de vrouwtjes is het een statussymbool dat ze helpt om andere rendieren weg te jagen die net sneeuw weggeschraapt hebben om dan vervolgens zelf de vrijgekomen korstmossen op te eten.

Rendieren zijn heel magere dieren. Ze bezitten maar ongeveer zo'n 9 procent vet. Dat vet is niet bedoeld om de winter door te komen, noch als isolatie. Het is wel een beetje bedoeld als reserve. Als isolatie hebben de rendieren hun vacht. En om de winter door te komen, hebben ze hun metabolisme aangepast. 's Winters groeien ze niet. Ze hoeven dan alleen maar te eten voor alles wat ze verbranden voor beweging. Die aanpassing is tot stand gekomen omdat ze 's winters alleen maar korstmossen kunnen eten en daar zitten geen eiwitten in die ze voor de groei kunnen gebruiken. De aanpassing is zelfs zo ver, dat als je ze nu 's winters wel eiwitrijke voeding voorzet, ze toch niet groeien. Zodra het voorjaar begint, beginnen de rendieren weer te groeien. Ze eten dan alle vers uitlopende grassen en knoppen. Die zijn eiwitrijk en in hun algemeenheid erg voedzaam.

De isolatie door middel van de vacht is erg goed. Feitelijk is die zo goed dat rendieren snel oververhit kunnen raken. De temperatuurregeling is dan ook erg goed geregeld. Warmteverlies hebben ze via hun poten, warmte verliezen ze bij het opwarmen van de lucht bij het inademen, warmte winnen ze terug bij het uitademen. Er is een aparte bloedsomloop naar de hersenen om ervoor te zorgen dat die noch oververhit noch onderkoeld raken. En zo waren er nog wat leuke wetenswaardigheden over hun warmteregulatie, maar die ben ik in de tussentijd vergeten.

Verder blijken de rendieren op Svalbaard (Spitsbergen) niet echt te lijden onder het ekstreme klimaat. Ze sterven daar voornamelijk van ouderdom. IJsberen lijken niet van rendieren te houden en laten ze met rust. Ouderdom dus als eerste doodsoorzaak, van een klif afvallen als tweede doodsoorzaak.

groetjes,
Liesbeth

Geen opmerkingen:

Een reactie posten